Weet je het zeker? Twijfel eens wat vaker

De Dunning-Kruger president, dat is de bijnaam die Donald Trump kreeg in de media. Het Dunning-Kruger effect is het verschijnsel waarbij niet-competente mensen de neiging hebben zichzelf te overschatten. Trump is daar een briljant voorbeeld van; alles wat ook maar een beetje zou kunnen wijzen op zijn ongelijk doet hij af als ‘alternative facts’. Hier tegenover staat een ander verschijnsel: het imposter sydrome. Personen die daar last van hebben zijn bang dat anderen erachter zullen komen dat ze eigenlijk niks kunnen. Competente mensen weten wat ze nog níet weten, terwijl niet-competente mensen dat niet kúnnen weten. Beide groepen hebben een verkeerd beeld, ofwel van zichzelf, ofwel van anderen.

Ach, uiteindelijk hebben we allemaal een vertekend beeld van onszelf en de wereld. Daarom kan het geen kwaad onze overtuigingen af en toe tegen het licht te houden en de vraag te stellen of we het wel bij het rechte eind hebben. Wie nooit twijfelt, maakt immers geen ruimte voor ontwikkeling en groei. We houden alleen zo ontzettend graag vast aan wat we denken te weten. Kijk maar eens naar reacties onder opiniestukken. Mensen vinden ofwel bevestiging in hun wereld- of zelfbeeld, of ze voelen zich daarin aangevallen. Niemand zegt: “ je hebt me aan het twijfelen gebracht, dankjewel”. Beste voorbeeld van vandaag: de felle discussie rond het boek ‘ode aan de e-nummers‘ van Rosanna Hertzberger.

Op weg naar persoonlijke groei zijn we bereid veel dingen te veranderen, zolang het ons denken maar niet is. Liever gaan we op zoek naar direct bruikbare how-to lijstjes en life hacks, zoals ’10 ochtendrituelen om met stress om te gaan’ of ‘5 manieren om ’s avonds je hoofd leeg te maken’. Maar als we kunnen twijfelen aan de overtuiging dat we altijd voor iedereen klaar moeten staan, hebben we die lijstjes niet nodig.

Overigens is weinig lastiger dan de overtuigingen over jezelf en de wereld, die je jarenlang hebt opgebouwd, opeens in twijfel te trekken. Want die overtuigingen zitten als een comfortabele jas. Bovendien, zie Dunning-Kruger, zijn we er vaak blind voor. Zo is het makkelijker te denken dat een collega een felbegeerde promotie krijgt omdat hij maatjes is met de baas, dan jezelf de vraag te stellen of jij wel beschikt over de benodigde capaciteiten. Wie zeker weet dat het niet aan hem ligt, ontneemt zichzelf de kans om er iets aan te doen. En wie geen fouten durft te maken kan er ook niet van leren.

Een coach helpt je door je een spiegel voor te houden. Maar ook zonder externe hulp kun je af en toe proberen je aannames te toetsen. Blogger Mark Manson, schrijver van het boek ‘The subtle art of not giving a f*ck’, noemt zekerheid de vijand van groei. Hij stelt 3 vragen om je overtuigingen in twijfel te trekken:

  1. Stel dat ik ernaast zit?
    Mijn collega heeft de promotie gekregen omdat hij de meest geschikte kandidaat was.
  2. Wat zou het betekenen als ik ernaast zit?
    Ik kwam niet in aanmerking omdat ik op bepaalde vlakken tekort schoot.
  3. Wordt mijn probleem groter of kleiner als ik ernaast zit?
    Ik kan mijn verongelijktheid over het ‘voortrekken’ loslaten en mezelf proberen te verbeteren.

Niet makkelijk en soms zelfs buitengewoon pijnlijk om toe te geven dat je ernaast zit. Toch loont het om wat vaker te twijfelen aan wat je zeker weet en open te staan voor ‘alternative facts’.

Site Footer

Sliding Sidebar